Consult
27 maart 2018
De laatste stap in het Zomerakkoord: belangrijkste punten Relancewet
De laatste stap in het Zomerakkoord: belangrijkste punten Relancewet

De laatste stap in het Zomerakkoord: belangrijkste punten Relancewet

Op 22 maart werd de Relancewet gestemd in de plenaire vergadering van de Kamer. Deze wet zet de maatregelen met betrekking tot economische groei, jobcreatie en sociale cohesie, die bij het Zomerakkoord waren afgesproken, om in concrete wetteksten. Amandine Boseret, juriste bij Acerta Sociaal Secretariaat, zet voor u de belangrijkste punten op een rij.

Wat is de Relancewet?

Het Zomerakkoord omvat een reeks maatregelen waarvan de uitvoering wordt geconcretiseerd in verschillende wetsbepalingen. Naast de Programmawet en de Wet diverse bepalingen, die op 29 december 2017 en 5 februari 2018 gepubliceerd werden, keurde het Parlement intussen dus ook de Relancewet goed.

Wat betekent dit voor u in de praktijk?

Onderstaande maatregelen zijn opgenomen in de Relancewet:

  • Inkorting en meer geleidelijke opbouw opzeggingstermijnen tijdens de eerste zes maanden van tewerkstelling: deze termijnen gelden enkel bij ontslag door de werkgever.
  • Uitzendarbeid toegelaten in alle privésectoren: dit betekent dat men de mogelijkheid afschaft om in bepaalde bedrijfstakken een volledig verbod op de inzet van uitzendkrachten te voorzien. Momenteel bestaat er een verbod in twee sectoren, nl. in de binnenscheepvaart en in de verhuissector.
  • Wijziging referteperiode voor de waarborg van het sluitingsfonds: deze wijziging geldt enkel voor werknemers die de verjaringstermijn ten aanzien van hun werkgever hebben gestuit door middel van een officiële ingebrekestelling. De referteperiode geldt vanaf 25 maanden voorafgaand aan de sluiting tot 12 maanden na de sluiting bij een beëindiging van een arbeidsovereenkomst.
  • Sociale partners wensen initiatieven rond de preventie van burn-out te ondersteunen: ter financiering van deze initiatieven wordt gekeken naar de opbrengst van de werkgeversbijdrage van 0,10% voor de risicogroepen.
  • Men moet overleg plegen over het personeelsbeleid over het gebruik van digitale werkmiddelen en de mogelijkheid tot een digitale de-connectie ter preventie van burn-out en werkstress. Overleg zal gebeuren binnen het CPBW, de VA of tussen de werknemers en werkgever.
  • Starterslonen voor jongeren zonder werkervaring: om de werkgelegenheidskansen van jongeren te verhogen mogen werkgevers onder bepaalde voorwaarden het brutoloon van jongeren (tot de leeftijd van 21 jaar) verlagen. Het loon kan verminderd worden met 6% bij een leeftijd van 20 jaar, met 12% bij een leeftijd van 19 jaar en met 18% bij een leeftijd van 18 jaar. De werkgever krijgt via de Dimona-aangifte een bevestiging dat de jongere voldoet aan de voorwaarden. Om het nettoloon van de werknemer te garanderen zal de werkgever een forfaitaire toeslag bovenop het verminderde loon moeten betalen. Via een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing kan de werkgever deze toeslag recupereren. Dit voordeel kan worden toegepast vanaf 1 juli 2018, voor jongeren wiens arbeidsovereenkomst werd gesloten op of na die datum.
  • Vermindering loonkost voor werknemers die ploegen- of nachtarbeid verrichten: de vrijstelling zal nu berekend worden op het niveau van de werkgevers. Ook ploegenarbeid op werven zal voortaan onder de definitie van ploegenarbeid vallen zodat ook zij gebruik kunnen maken van deze lastenverlaging.

Oorspronkelijk stond de regeling over het netto bijverdienen van 500 euro per maand via ‘verenigingswerk’ ook in de Relancewet. Dit zijn activiteiten in de publieke of private non-profitsector die tegen beperkte vergoeding worden verricht ten behoeve van anderen of van de samenleving. De activiteiten die onder het verenigingswerk vallen zullen nog worden opgelijst. Men heeft een professionele hoofdactiviteit nodig om 500 euro netto per maand (6000 euro netto per jaar) te mogen bijverdienen. Deze regeling zal verder uitgewerkt worden in afzonderlijke regelgeving.

Over de artikelen van de Relancewet werd op 22 maart gestemd in het Parlement. Het is slechts na publicatie in het Belgisch Staatsblad dat we voor al deze maatregelen zullen kunnen uitmaken wat de precieze datum van inwerkingtreding is.

 

Tekst: Amandine Boseret, juriste Acerta Sociaal Secretariaat

Meer weten?

Contacteer ons.