Consult
7 juni 2017
Het re-integratietraject komt geen minuut te vroeg
Het re-integratietraject komt geen minuut te vroeg

Het re-integratietraject komt geen minuut te vroeg

In ons land zitten 320 000 mensen langer dan een jaar ziek thuis. Dat is het hoogste aantal ooit. Het kan dus geen kwaad dat er werk wordt gemaakt van een re-integratietraject. De overheid is vorig jaar begonnen met het begeleiden naar werk van zieken die nog kunnen werken. Om het systeem de nodige druk te geven heeft de regering Michel in maart 2017 beslist om zowel zieken als bedrijven die niet meewerken, te sanctioneren. Deze sancties gaan in zodra de wetgeving is aangepast. Of dat een goede zaak is, vroegen we na bij Annelies Baelus en Kaatje Verloes van Acerta.

In een eerste reactie zagen de Acerta-experten, geflankeerd door Lode Godderis (IDEWE) en Anne-Marie Bonroy (CM Landsbond) een viertal positieve punten aan het zogenaamde re-integratietraject. Kaatje Verloes (juridisch adviseur op de studiedienst van Acerta): “Door de proactiviteit van het traject worden veel onzekerheden weggenomen bij de diverse partijen. Men hoeft niet langer te wachten tot de werknemer al een tijdje ziek is en het misschien te laat geworden is om tot actie over te gaan. Bovendien wordt in het nieuwe traject voorzien dat leidinggevenden ondersteuning geven aan zieke werknemers. Dat kan nog beter uitgewerkt worden, maar het is op zijn minst al voorzien.”

Open Dialoog

Verloes is vooral optimistisch over de open dialoog die mogelijk is geworden: “Het is niet alleen de werknemer die het traject kan opstarten, maar ook andere partijen kunnen nu het initiatief nemen. Om te beginnen kan een werknemer (of zijn dokter) vanaf zijn eerste dag ziekte al de opstart van het re-integratietraject aanvragen aan de arbeidsgeneesheer.

De arbeidsgeneesheer brengt de werkgever en de adviserend geneesheer van het ziekenfonds hiervan dan op de hoogte. De werkgever kan het ook zelf aanvragen na een aaneensluitende periode van vier maanden ziekte van zijn werknemer of vanaf het moment dat hij een doktersattest ontvangt dat de werknemer definitief arbeidsongeschikt verklaart voor zijn functie. De adviserend geneesheer van het ziekenfonds is de derde partij. Die heeft een termijn van twee maanden nadat de werknemer zijn ziekte heeft aangegeven om het traject op te starten.

Er is dus zowel voor als tijdens het traject veel overleg mogelijk en nodig tussen de verschillende partijen met respect voor de medische privacy van de werknemer. De arbeidsgeneesheer neemt hier een coördinerende rol op zich en samen zoeken ze via dialoog naar een oplossing.”

De experten juichen toe dat er ruimte is geschapen voor overleg tussen de verschillende geneesheren in elk dossier.

Hiervoor moeten wel nog de gepaste communicatiemiddelen voorzien worden. Verloes: “De preventieadviseurarbeidsgeneesheer is de arts in het bedrijf zelf. Hij ziet toe op de gezondheid en veiligheid op het werk en speelt een coördinerende rol binnen het re-integratietraject. Hij kent de werknemer en de arbeidsomstandigheden binnen het bedrijf en kan zijn rol spelen. Daarnaast is er de adviserend geneesheer. Dat is de arts van het ziekenfonds. Hij zal steeds nagaan of de uitoefening van de (aangepaste of andere) functie de gezondheid van de werknemer niet in gevaar brengt en of bijvoorbeeld een chauffeur met een zwaar rugletsel deeltijds kan terugkeren met behoud van een deel van zijn uitkering. Tot slot is er de dokter van de werknemer. Het doel is dat die drie over zoveel mogelijk zaken op dezelfde lijn zitten om re-integratie gemakkelijker te maken.”

Meer duidelijkheid

De Acerta-experten wijzen vooral op de toegenomen duidelijkheid rond een aantal aspecten. Er zijn meer actoren betrokken, dialoog ontstaat zodat ook werkgever en werknemer beter gaan communiceren, weet de Acertajuriste: “Vooral het aspect van de medische overmacht is duidelijker geworden. Vroeger gebeurde dat vaak meteen bij de vaststelling van definitieve arbeidsongeschiktheid. Nu dient een duidelijk gedefinieerde procedure gevolgd te worden vooraleer de arbeidsovereenkomst kan eindigen op grond van medische overmacht. Er zal vermoedelijk minder ruimte voor discussie zijn. Ook rond progressieve (gedeeltelijke) werkhervatting is er meer klaarheid gekomen, hoewel dit ook nog beter uitgewerkt kan worden.”

Beweging in de markt

Annelies Baelus, business unit manager Open Opleidingen bij Acerta, ziet al beweging in de markt: “We stellen enerzijds

vast dat werkgevers nu versnelde vragen ontvangen van werknemers. Er komen extra re-integratieaanvragen op initiatief van de werknemer. We zien dat werknemers het als een voordeel zien om versneld re-integratie te vragen of een soort van bemiddeling willen opstarten tussen henzelf en hun werkgever via de arbeidsgeneesheer. We merken anderzijds nog geen versnelde golf op initiatief van de mutualiteiten. We hadden verwacht dat er systematisch zou ‘uitgekuist’ worden, want hoe sneller de re-integratie wordt ingezet, hoe groter de kans dat mensen terugkeren naar hun arbeidsplaats.”

Volgens Baelus blijft ook de extra last die werkgevers vreesden, voorlopig uit. “De maatregel komt anders wel geen minuut te vroeg, want uit onderzoek van de Universiteit van Luik blijkt dat van de mensen die drie maand buiten strijd zijn, er een aantal nog moeilijk de weg terugvinden naar de arbeidsmarkt.”

Sanctionering

De experten zijn niet zo gelukkig met de sanctionering die de regering Michel ondertussen voorziet, zegt Verloes: “We waren net blij met het ontbreken van een sanctionering en zelfs voorstander van incentives voor de werkgever. Ondertussen is er een sanctionering aangekondigd. Dat neemt het element vrijwilligheid weg en werkt eerder demotiverend. De regering heeft een akkoord — het is nog geen wetgeving — dat er een sanctionering komt in de vorm van een boete van 800 euro voor een werkgever die niet voldoende meewerkt. Daarnaast dreigt een vermindering van 5 tot 10% van de uitkering van een zieke die niet van goede wil is. Er is evenwel een uitzondering voorzien voor kmo’s met minder dan 50 werknemers.”

Dit artikel is ook verschenen in ‘Ondernemen’

Meer weten?

Contacteer ons.