Consult
25 oktober 2018
Moeten we de anciënniteitsverloning afschaffen?
Moeten we de anciënniteitsverloning afschaffen?

Moeten we de anciënniteitsverloning afschaffen?

Een jaarlijkse vergoeding op basis van het aantal jaren in dienst. De anciënniteitsverloning is een typisch Belgisch verschijnsel dat misschien wel aan herziening toe is. In ‘de Arbeidsdeal’ van afgelopen zomer kondigde de regering zelfs aan dat ze een concrete agenda wilt vaststellen om af te stappen van de anciënniteitsverloning. Maar hoe staan bedrijven tegenover een volledige afschaffing? De perfecte aanleiding voor ACERTA om te polsen bij 549 werkgevers. Hieronder vindt u een beknopt overzicht van de opmerkelijkste resultaten.

Meer dan helft bedrijven zegt ‘ja’ tegen volledige afschaffing anciënniteitsverloning

57,6% ziet de anciënniteitsverloning liever verdwijnen. Dit cijfer verbergt echter een groot verschil tussen de profitsector en andere sectoren (social profit en overheid): in de profitsector is 71% voor een volledige afschaffing, in de andere sectoren slechts 17%.

Momenteel voorziet 66% van de werkgevers een jaarlijkse anciënniteitsverhoging voor hun bedienden. 50% doet dat voor arbeiders. Hoewel deze vergoeding in de meeste bedrijfstakken sectoraal geregeld is, stellen we vast dat bijna 40% deze heeft vastgelegd op ondernemingsvlak.

Niet motiverend genoeg

Langer werken staat gelijk aan meer prestatiejaren en dus hogere lonen voor oudere werknemers. Maar komt de meerwaarde van de werknemer met jaren dienst dan nog overeen met het loon dat hij/zij ontvangt? Anciënniteit en productiviteit gaan niet noodzakelijk gelijk op. Veel werkgevers vinden het systeem dan ook niet motiverend voor de werknemer.

Tegenstanders van de afschaffing menen dat trouwe medewerkers een beloning verdienen. Maar ze vrezen vooral dat een volledige afschaffing zal resulteren in veel meer individuele vragen tot loonsverhoging en grotere loonverschillen tussen werknemers in dezelfde functie. over de gevolgen voor het verloop van werknemers zijn ze het minder eensgezind: ongeveer 40% is bang dat de afschaffing zal leiden tot een hogere mobiliteit van werknemers.

Afschaffing eenmaal de werknemer job volledig beheerst

Toch zegt 42,4% dat ze de klassieke anciënniteitsverloning niet zomaar wilt afschaffen. Ruim 90% van de werkgevers die voorstander zijn van een volledige afschaffing, vindt het een goed idee om de anciënniteitsverhoging pas af te schaffen zodra de werknemer zijn/haar functie volledig beheerst. Dan rijst meteen volgende vraag: hoelang duurt die verwervingsperiode?
Om competitief te blijven en om werknemers gemotiveerd te houden, is het immers belangrijk dat taken en functies evolueren. Wat betekent dat de werknemer zich telkens weer moet inwerken en hiervoor opnieuw een anciënniteitsverloning geniet.

Verlonen volgens prestaties

Een afschaffing van de anciënniteitsverloning is voor veel werkgevers een goede aanzet om te gaan differentiëren in het variabele én vaste loon van de werknemer. Individuele prestaties van de werknemer zullen de belangrijkste basis vormen voor deze differentiatie (86%). De vastgestelde groei van de jobrelevante competenties (60%) en een vergelijking van het loon met wat er in de markt wordt toegekend (40%) zijn eveneens belangrijke criteria.

Opvallend is dat slechts 5% van de werkgevers aangeven dat ze, indien de anciënniteitsverloning niet meer bestaat, zouden wachten met het toekennen van een loonsverhoging tot de werknemer zelf de vraag stelt. Werkgevers houden dus duidelijk graag zelf het stuur in handen.

 

Wilt u nog meer inspiratie rond verloning? Bekijk dan zeker de mogelijkheden van een Benefit Motivation Plan.

Meer weten?

Contacteer ons.