Consult

4 op 10 werknemers in Brussel kiezen het openbaar vervoer

Koning auto moet met -8,1 % baan ruimen

Brussel, 5 maart 2018 – Vandaag neemt 42,2% van de Brusselse werknemers het openbaar vervoer naar het werk. Nergens zijn trein/bus/tram/metro zo populair. En nergens moet de auto zoveel baan ruimen als in Brussel: 1 op 2 werknemers rijdt er met de auto naar het werk, terwijl het gemiddelde nog 3 op 4 is. En de grootste groei qua mobiliteitsoplossing valt misschien zelfs nog te verwachten van de fiets, die neemt al 11 % van het woon-werkverkeer voor zijn rekening en zijn populariteit is stijgend. Dat en meer blijkt uit de derde ACERTA-mobiliteitsbarometer.

 

Voor we focussen op Brussel, kijken we eerst naar de nationale resultaten van de derde ACERTA-mobiliteitsbarometer. Dit zijn daarvan de opvallendste conclusies:

  • De populariteit van de fiets zette zich ook in 2017 verder door, met 24,21 % fietsende werknemers, een stijging met nog eens 8,2 %, bovenop de 13,1 % stijging die we in 2016 al noteerden.
  • Een deel van de populariteit van de fiets komt uit populaire mobiliteitscombinaties. De combinatie auto en fiets blijft het populairst: 9,47 % gebruikt beide.
  • De wagen blijft met 76,66 % onze heilige koe die we exclusief (66,54 %) of in combinatie met andere vervoermiddelen (10,12 %) gebruiken. Maar de meer duurzame mobiliteitsformules knabbelen toch gestaag verder aan haar populariteit. Die zakte tussen 2016 en 2017 met -0,5 %.
  • 19,5 % van de bedienden kan met de bedrijfswagen naar het werk. Tegenover 2016 is dat wel weer +10,3 %.
  • Het openbaar vervoer kan in 2017 een stijging voorleggen van +5,6 %, maar blijft met 7,42 % regelmatige gebruikers toch in de marge rijden.

Populair openbaar vervoer in Brussel nog populairder: 42,2 % neemt trein, tram, metro of bus

Was de mobiliteitsbarometer de voorbije jaren streng voor het openbaar vervoer, Brussel is altijd een uitzondering geweest. En ondanks zijn positie als absolute koploper in het woon-werkverkeer, is het percentage van werknemers dat het openbaar vervoer gebruikt in 2017 nog blijven stijgen, nu met nog eens +13,7 % erbij. Zo zit Brussel aan 42,2% werknemers dat het openbaar vervoer gebruikt. Anneleen De Neef, kantoordirecteur Brussel: “En dat is nog niet eens de hele waarheid. Onze barometer meet namelijk de gegevens van de profit en de social profit, niet van de openbare sector en die laatste vertegenwoordigt juist de grootste groep van trein- en busreizigers. Het gebruik van het openbaar vervoer hangt natuurlijk ook samen met (de kwaliteit) van het aanbod en dat bedient in Brussel - met trein, tram, bus én metro - een heel breed publiek.”

19 % meer werknemers regelmatig met de fiets naar het werk

Voortgaand op wat je ziet, lijkt de fiets in Brussel almaar assertiever zijn plek op te eisen. De cijfers van de ACERTA-mobiliteitsbarometer bevestigen dat ook. Het percentage fietsende werknemers evolueerde in Brussel in 2017 naar 11,2 %, een stijging van 19 % het laatste jaar. De opmars van de fiets als vervoermiddel van en naar het werk is algemeen en begon al in 2011. Van 2016 naar 2017 kende de fiets als vervoermiddel een gemiddeld groeipercentage van 24,21 %, daar blijft Brussel nog wat onder, wat je kan interpreteren als: de fiets heeft ook in Brussel nog groeimarge.

Anneleen De Neef: "Uit onze dagelijkse contacten met CEO’s en hr-directeurs leren we dat werknemers meer en meer aan hun werkgever vragen om bedrijfsfietsen beschikbaar te stellen, al dan niet elektrische. De langer wordende autofiles hebben blijkbaar een pijnpunt bereikt. En met een Benefit Motivation Plan, waarbij de werknemers de keuze krijgen om een deel van hun loon te besteden aan bv. een elektrische fiets, kan de werkgever aan die vraag van de werknemers tegemoetkomen zonder zijn loonkost te verhogen. Het helpt bovendien dat de overheid actief inspeelt op deze behoeften met een beleid dat steviger inzet op fiets(snel)wegen.”

Een flinke deuk van -8,1 % in koning auto

Als het openbaar vervoer wint en de fiets wordt populairder, dan weet je ook dat iemand baan heeft moeten ruimen. In Brussel is dat de auto. Nog slechts 1 op 2 werknemers verplaatst zich in Brussel met de auto naar het werk. De combinatie van verkeersopstoppingen, het feit dat de gemiddelde afstand woon-werk in Brussel het kortste is (14,18 km) en het aanbod openbaar vervoer spelen zeker een rol. Een aandeel van 51,7 % voor de auto, dat is een veel kleiner aandeel dan in de rest van het land: in België is de auto, met 76,66% gebruikers van en naar het werk, nog altijd dé koning van de weg. In Brussel was de rol van de auto altijd al kleiner, het verschil is er alleen maar groter op geworden.

De bedrijfswagen komt tot stilstand

In 2017 reed 17,4 % van de bedienden in Brussel met een wagen van het werk, een stijging van 1,6 % tegenover 2016, wat een pak lager is dan de nationale stijging van 10,3 %. Anneleen De Neef: “Het valt nog af te wachten wat de definitieve versie van het mobiliteitsbudget zal worden, maar dat de bedrijfswagen ter discussie staat, is toch een feit. De Regering wil in elk geval werknemers van de bedrijfswagen weglokken door het de werkgever mogelijk te maken in de plaats een gunstiger behandeld loon toe te kennen. Echter, zoals we vroeger al stelden, lijkt het ons weinig waarschijnlijk dat het ‘cash for car’-aanbod werknemers massaal zal verleiden om niet meer voor de firmawagen te kiezen.”

Mobiliteitskeuze maakt werkgevers aantrekkelijker

Werkgevers die inzetten op de individuele behoeften van werknemers, maken op de arbeidsmarkt een goede beurt. Mobiliteitsoplossingen aanbieden is één manier om zich te onderscheiden - ‘oplossingEN’, in het meervoud, want er is niet één beste mobiliteitsoplossing. Alles hangt af van de persoon, de plaats, het moment. Anneleen De Neef: “De werkgever heeft daar een troef in handen: hij kan verschillende keuzes aanbieden binnen eenzelfde budgettaire kost. En hij hoeft daarvoor niet te wachten op de finale versie van het mobiliteitsbudget. Werkgevers die hun voortrekkersrol waarmaken door nu al in te spelen op de tijdsgeest, doen daar in de war for talent hun voordeel mee. En ook de mobiliteit algemeen, het milieu én het welbevinden van hun medewerkers kunnen er wel bij varen.”

Meer info over dit persbericht

Contacteer Sylva De Craecker