Consult

Bediende ouder dan 55 verdient 75 % meer dan zijn collega van 25 jaar

100 euro voor 25-jarige is 176 euro voor 55-jarige

Brussel, 5 januari 2019 – Bedienden ouder dan 55 jaar krijgen ruim 75 % meer loon dan hun jongere collega’s. Dat blijkt uit een vergelijking van de voltijdse brutolonen van bedienden van 25 jaar met die van bedienden van 55 jaar door hr-dienstverlener ACERTA. Tussen de sectoren onderling zijn er nog grotere verschillen.

55-jarige vs. 25-jarige: loon maal 1,76

Het gemiddelde loon van een 55-jarige bediende uit de profit is 76,38 % hoger dan het gemiddelde loon van een 25-jarige bediende. M.a.w. voor elke 100 euro die de 25-jarige krijgt, krijgt de 55-jarige 176,38 euro. Annelies Baelus, Director Acerta Consult: “Er zijn verschillende redenen voor de loonkloof: een 55-jarige zal in de dertig jaar ervoor een functie-evolutie hebben doorgemaakt, zijn/haar verantwoordelijkheden zullen toegenomen zijn overeenkomstig de opgedane ervaring én we kennen in België natuurlijk ook de anciënniteitsverhoging die te dikwijls tot een quasi automatische loonstijging over de jaren leidt.”

30 jaar anciënniteitsverhoging weegt zwaar

De anciënniteitsverhoging is een bijna automatische jaarlijkse loonsverhoging, die meestal gekoppeld is aan de jaarlijkse evaluatie. Een bevraging door ACERTA kwam er eerder al op uit dat werkgevers oordelen dat  de ‘waarde’ van een werknemer de eerste jaren inderdaad toeneemt, maar dat die toename niet zo lineair loopt en niet zo voortdurend is als het systeem van anciënniteitsverhogingen suggereert. Annelies Baelus: “Het automatisme van de anciënniteitsverloning strookt ook niet met de huidige trend om dingen “op maat” te organiseren. We leven in een wereld met grote vrijheden, met mondige, kritische mensen, met een doorgedreven individualisering. Dan wordt iets als een anciënniteitsverhoging al snel een blok aan het been. Zowel voor werkgevers, die ook een werknemer die niet gegroeid is in zijn job een loonsverhoging moeten geven, als voor werknemers die misschien extra vooruitgang hebben geboekt, maar zich toch moeten schikken in een “normale” anciënniteitsstap. Een blok waardoor kort op de bal spelen moeilijk wordt. En kort op de bal spelen is nochtans wat bedrijven moeten kunnen doen.”

De herontdekking van de 55-plusser

Vroeger stonden de hogere lonen van 55-plussers diezelfde 55-plussers weleens in de weg bij het vinden van een nieuwe job. Vandaag heeft de arbeidsmarkt door de arbeidskrapte onze 55-plussers herontdekt. Annelies Baelus: “Er zijn met de war for talent weer meer opportuniteiten voor oudere bedienden om hun kennis en ervaring uit te spelen én die ook letterlijk te gelde te maken. Ook dat zit in de 76 % die ouderen meer verdienen dan de jongste collega’s. Maar uit eerder onderzoek van Acerta blijkt wel dat de instromende 55plusser verhoudingsgewijs een minder hoog loon heeft dan zijn collega’s die in dienst zijn gebleven van hun werkgever .” 1

Grotere bedrijven, meer doorgroeimogelijkheden, meer loongroei

Bekijken we de loonkloof tussen 25- en 55-jarige bedienden in bedrijven van verschillende grootte, dan blijkt de kloof groter in grote bedrijven, kleiner in kleine bedrijven. Annelies Baelus: “Het is logisch dat het loonverschil tussen jongeren en ouderen groter is in grotere bedrijven dan in kleine. Immers, kleine ondernemingen hebben veelal een vlakkere structuur dan grotere bedrijven.  Dat heeft tot gevolg dat de doorgroeimogelijkheden ook groter zijn in grotere bedrijven en deze doorgroei loopt natuurlijk parallel met de groei in leeftijdsjaren.  De grotere loonkloof tussen jongeren en ouderen in grotere bedrijven  mogen we dan ook deels toeschrijven aan de grotere doorgroeimogelijkheden in grotere bedrijven.”

55-jarige vs. 25-jarige in social profit: “maar” de helft erbij

De doorgroeimogelijkheden in de social profit zijn vrij strak georganiseerd. Daar wordt meer met vaste functieklassen gewerkt en er is een minder grote differentiatie op functieniveau. Tegelijk voorziet de baremastructuur van de lonen in de social profit ook minder evolutie dan in de profit het geval is. Die beide feiten leiden er logischerwijze toe dat de loonkloof tussen verschillende leeftijden in de social profit kleiner is dan in de profit: het gemiddelde loon van een 55-jarige bediende in de social profit is 48 % hoger dan het gemiddelde loon van zijn/haar 25-jarige collega. Dat is zo’n 30 procentpunt lager dan het verschil in de profitsector.

Leeftijdsgebonden loonkloof PC200 onder gemiddeld

Binnen de profitsector zijn er ook nog verschillen. Profitsectoren met een groter dan gemiddelde loonkloof, dus meer dan 76 % erbij voor de 55-jarigen vs. de 25-jarigen, zijn bijvoorbeeld de Bank- en de Verzekeringssector, waar we een verschil noteren van loon maal twee. Ook de Chemie en de sector Metaal tekenen een bovengemiddeld verschil op. Sectoren binnen de profit met een lager dan gemiddelde loonkloof zijn onder meer het  Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor Bedienden (PC200) en de Distributie, met voor die laatste een loonverschil van slechts 15 %.

 

1 50-plusser verdient 11% minder bij nieuwe werkgever

 

pb_loonkloof_25-55.pdf

Meer info over dit persbericht

Contacteer Sylva De Craecker