Consult

Wonen en werken in de buurt

Binnen een straal van 10 km bijna 1 op 3 regelmatig op de fiets

Brussel, 24 mei 2017 – Naar aanleiding van toenemende mobiliteitsvraagstukken en een mobiliteitsbudget in de maak, onderzocht Hr-dienstverlener Acerta het fietsgebruik voor wie woont en werkt in de stad of werkt binnen een straal van 10 km. Daaruit blijkt dat de fiets duidelijk in de lift zit, ook in de grootsteden. 30% van de Belgische werknemers die minder dan 10 km van zijn werk woont, kiest regelmatig voor de fiets voor de verplaatsing naar het werk. In 2011 was dit reeds voor 20% van de werknemers het geval. We stellen dus vast dat het gebruik van de fiets op vijf jaar tijd met de helft is gestegen! Ook wie woont en werkt in de stad gebruikt vaker de fiets. Met maar liefst één derde van de werknemers die met regelmaat naar het werk fietst, is Sint-Niklaas de fietsstad bij uitstek.

Antwerpen is fietsprovincie bij uitstek

De Mobiliteitsbarometer van Acerta belichtte al dat ongeacht de afgelegde afstand, het meest gefietst werd in de provincie Antwerpen. Vergelijken we enkel binnen een straal van 10 km de verschillende provincies, dan kan ook de provincie Antwerpen het hoogste resultaat voorleggen. De analyse wijst uit dat wanneer de afstand naar het werk minder dan 10 kilometer bedraagt, zelfs 40% van de werknemers uit deze provincie regelmatig kiest voor de fiets. De tweede en derde grootste fietsprovincie zijn respectievelijk Oost-Vlaanderen (36,3%) en West-Vlaanderen (27,5%).

Wonen en werken in de stad leidt niet noodzakelijk tot meer fietsgebruik

Hoewel provinciehoofdsteden goed scoren op het vlak van fietsgebruik, lijkt de werknemer die een korte afstand van maximaal 10 kilometer geregeld met de fiets aflegt toch eerder buiten de stad te wonen. Enkele grootsteden zijn echter voorbeelden voor de andere. Vooral de stad Brugge waar 28,80% van de werknemers frequent met de fiets naar het werk gaat. Sinds 2011 zijn er 47,8% meer Bruggelingen die geregeld hun fiets gebruiken om te gaan werken. Deze opgaande beweging is ook zichtbaar voor Gent met een stijging van liefst 71,2% (24,4% regelmatig gebruik) en voor Antwerpen waar het fietsgebruik met 46,3% stijgt (slechts 14,1% gebruikt regelmatig de fiets voor de verplaatsing naar het werk). Sint-Niklaas blijkt echter dé fietsstad. 29,64% van de inwoners verplaatst er zich regelmatig met de fiets naar het werk. Daartegenover staat de stad Genk waar het kleinste aantal werknemers, namelijk 6,4%, naar het werk fietst.

In de stad Brussel wordt slechts in beperkte mate gefietst. 3,4% van de werknemers die in Brussel wonen en werken gebruikt er regelmatig de fiets, hetgeen toch een stijging is van 68,2%.

Opvallend is dat er in de Waalse provinciesteden zo goed als geen woon- en werkverplaatsing is met de fiets. Focussen we op deze steden, dan kan Luik de beste cijfers voorleggen namelijk 3,7% van de inwoners van de stad Luik gebruiken regelmatig de fiets om naar het werk te gaan. Daarna volgt Bergen met 3,1% en Namen met 2,5%. “We zien duidelijke verschillen in fietsgedrag tussen de verschillende steden, maar globaal gezien is er een duidelijke stijging wat fietsgebruik in het woon- werkverkeer betreft in heel België,” vertelt Sarah Peeters, director bij Acerta Consult.

Jonge werknemers fietsen meer

Overigens blijkt dat het aantal fietsers over het algemeen iets hoger ligt bij jonge mensen tussen 18 en 22 jaar (22,1%)dan bij oudere werknemers. Het fietsgebruik van werknemers tussen 23 en 57 jaar situeert zich rond 14% en uit de groep 58 tot 62-jarigen fietst gemiddeld 11,1% geregeld naar het werk.

Fietsvergoeding gaat in hand met het gebruik van de fiets

Uit het Acerta-onderzoek blijkt verder dat de meeste werknemers die met de fiets de verplaatsing naar het werk maken hiervoor ook een vergoeding krijgen. Dit is het geval voor liefst 93,5% van het totaal aantal fietsende werknemers. 6,5 van de werknemers gebruiken de fiets zonder voor deze verplaatsing een vergoeding van de werkgever te bekomen.

Fiets geen heilzame oplossing voor iedereen

We ontsnappen niet aan de realiteit dat de files jaarlijks aangroeien. Daarnaast is er de aanzet om te komen tot een mobiliteitsplan dat werknemers die vandaag een firmawagen genieten ertoe kan aanzetten om voor een alternatieve invulling te kiezen. Eén en ander zou wel eens tot gevolg kunnen hebben dat meer werknemers de fiets als een alternatief zullen gaan zien voor de verplaatsing tussen woon- en werkplaats. Zo bv. voor de werknemer die woont en werkt in de stad of binnen een straal van 10 km. We stellen ook een duidelijke interesse vast bij werkgevers in het aanbieden van een fietsplan aan zijn werknemers. Met dergelijk plan biedt de werkgever zijn werknemers aan om een deel van hun loon in te ruilen voor een (elektrische) fiets Deze werkgevers versterken bovendien op dat moment hun employer branding.

Sarah Peeters: “Het is belangrijk voor zowel werknemers als werkgevers om een mobiliteitsplan op maat van ieders behoeften toe te passen. We mogen niet vergeten dat de fiets niet voor elke werknemer een optie is. Soms laat de afstand naar het werk het niet toe om voor de fiets te kiezen of vereist de job het gebruik van een wagen, hetgeen we bestempelen als een functiegerelateerde wagen. Het is belangrijk om oplossingen aan te bieden die voor werknemer, werkgever, mobiliteit én milieu een goed alternatief zijn. Voor een aantal werknemers kan dat de fiets (al dan niet een elektrisch exemplaar) zijn. Voor anderen blijft de salariswagen het verloningsinstrument bij uitstek. Wel kun je als werkgever duurzame oplossingen promoten zoals een kleinere wagen in combinatie met een fiets- of treinabonnement.”

Meer info over dit persbericht

Contacteer Sylva De Craecker